25. september 2016 · Write a comment · Categories: Geen categorie

Ik heb als kind 2 jaar bij mijn oma gewoond. Samen met een oudere zus. Die tijd herinner ik mij als de fijnste tijd van mijn leven, ondanks de verschrikkelijke dingen die er gebeurd zijn. De liefde die ik in die 2 jaar van mijn oma ervaren heb, doet alle slechte dingen verbleken.

Heel vaak mochten we bij haar in bed slapen. Dan hield ze ons vast. Soms als ik mij slecht voel, denk ik aan haar en voel haar armen om heen en hoor haar adem bij mijn oor. Bij mijn oma heb ik de moederliefde ervaren die ik daarna nooit meer heb meegemaakt. Ze heeft mij leren zwemmen in het klein beekje bij haar suikerbieten-akker. Ze rolde een compleet garen uit omdat ik de katrol nodig had. Als we ’s ochtends wakker werden was zij al wakker en had ze al ontbijt klaar gemaakt. Na mijn oma heeft het nog decennia geduurd voordat iemand nog eens ontbijt voor mij klaarmaakte.
Nu mijn dochters ruzie maken wie bij mamma in het grote bed mag slapen komen die herinneringen terug. Ik kan mij niet herinneren ooit bij mijn eigen moeder in bed te hebben willen slapen. Mijn moeder was de verzorger, mijn oma was mijn mamma.

Mijn oma is in 1998 overleden. Ook van haar heb ik geen afscheid kunnen nemen. Het graf van mijn oma is klein, de grote machtige vrouw, die ik mij herinner onwaardig. Ze liggen hier allemaal naast elkaar, allemaal dezelfde graven. Volgens de islamitische voorschriften allemaal op hun zij met het gezicht richting Mekka. Ik geloof liever dat ze allemaal met het gezicht richting de machtige Ararat liggen. Alle graven hebben dezelfde formaten en dezelfde vormen. Hier is iedereen een.

Vroeger was ik bang voor begraafplaatsen. Maar hier heerst een sereen rust. Alleen de vogels fluiten, de kraaien kraken, de wind fluistert. Mijn oma is bij mij. Ik kwam haar thuis brengen. Iets vloeit uit mij richting haar graf. Ik voel haar warmte en ik voel haar glimlach. Ik kan haar ruiken. Ze is hier, het is goed.

Mijn vader is onlangs overleden. Je beseft (gelukkig maar) niet wat dat met je doet, totdat je het zelf meemaakt. Ik ga niet uitleggen wat dat met mij heeft gedaan.

Ik wil iets anders vertellen. Sona was een tijdje geleden met de begrippen Dood en God bezig. Ze was bang dat pappa of mamma dood zouden gaan en ze hen nooit meer zou zien. Kom een 6 jarige maar uitleggen wat Dood en God zijn, zonder haar angstig te maken en zonder zelf een geloof in een God.

Ik heb haar uiteindelijk het verhaal van de zieltjes verteld. Wıj mensen bestaan uit een lichaam en een ziel. Een ziel is een bolletje liefde. Alle zielen bij elkaar zijn zo sterk en zo licht dat het duizend keer sterker en warmer is dan de zon. Alle zielen bij elkaar worden door sommige mensen God genoemd. De zielen hebben ook gewoon een pappa, een mamma, broertjes en zusjes. Maar soms vervelen de zielen zich en willen ze buiten gaan spelen. Ze kijken neer op aarde en zien daar aardige mensen. Ze springen naar beneden en worden een baby. Omdat ze op aarde elkaar wel moeten zien en aanraken en knuffelen krijgen ze in de buik van een vrouw een lichaam. Maar na een tijdje willen de zielen weer terug naar “huis” naar hun oord van liefde omdat ze hun pappa of mamma missen. Dan stappen ze uit het lichaam en keren ze terug naar huis. Net zoals kinderen na spelen gewoon weer naar huis gaan. En thuis wacht hun mamma en pappa weer op hen.

Na dit verhaal stelde Sona geen vragen meer over dood. Toen ik zo verdrietig was over de dood van mijn vader vertelde zij het verhaal van de zieltjes. Opa miste zijn eigen vader en moeder en het werd tijd voor hem om te gaan. Maar op een dag zou ik weer naar hem toe gaan. Mijn 8 jarige troostte mij met mijn eigen woorden.

logo wordpresAan al het goeds komt een einde en dus ook aan mijn blogs. Maar ieder einde is een nieuw begin. Dames en heren, ik stel aan u voor: de jongste telg in de familie: LAT Wonen. Net ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Leefgemeenschappen

LAT gaat nieuwe woonconcepten ontwikkelen, adviseren en begeleiden. LAT Wonen staat voor: Living Apart Together. Wonen houdt niet op bij de voordeur: individueel maar samenwonen, voorzieningen delen en zorgen voor elkaar. Ik ben nu bezig met het concreet maken van het eerste concept: een leefgemeenschap. Dit is een complex waar wonen-werken-zorgen samenkomt. Een complex voor alleenstaanden, gezinnen, mantelzorgers, ouderen en licht verstandelijk gehandicapten.


Het Gemeentelijk Coalitieakkoord

Het complex heeft gezamenlijke voorzieningen, zoals een volwaardige kantooromgeving voor zzp’ers, gemeenschappelijke keukens, ontspanningsruimtes, hobbyruimtes, muziekruimtes, een gemeenschappelijke mobiliteitspoule en kinderopvang. Voorzieningen die in de eerste plaats bedoeld zijn voor de bewoners, door de bewoners maar eventueel ook gebruikt worden door anderen in de buurt.
Kortom: het nieuwe gemeentelijk coalitieakkoord.


Niet alleen stenen stapelen

Daarnaast ben ik mij aan het specialiseren in het concept lat-wonen. Want mijn ambitie als projectontwikkelaar is niet alleen stenen stapelen, opleveren en het dan aan de bewoners overlaten. Wonen met elkaar vergt ook een behoorlijk stuk organisatie en beheer. Want wie onderhoudt de tuinen, hoe koop en beheer je een gezamenlijke mobiliteitspoule? Hoe ga je om met verzekeringen, maar ook onderlinge conflicten? Wat gaan de bewoners zelf doen en wat laat je aan professionals over?


De klant is koning

LAT Wonen ontwikkelt vanuit een vraag. Dat betekent dat toekomstige bewoners het voor het zeggen hebben. LAT Wonen ontwikkelt omdat mensen iets willen, niet omdat woningverkoop en dus omzet toch wel gegarandeerd is (er is schijnbaar nog steeds een woningtekort). Bovenstaand eerste project is vrij groot, maar daarnaast zijn er ook mensen die op zoek zijn naar meer sociaal wonen. Met een groepje samen in een blok wonen, voor elkaars kinderen zorgen, gezamenlijk eten. Veel mensen willen wel, maar weten niet hoe. Deze mensen ga ik dus ook helpen. Dat bedenken en in het diepe springen heeft mij veel energie, stress en tijd gekost. Maar zoals Nike het zegt: ‘Just Do It.’


Dank allemaal

Dit is dus mijn laatste blog op Sjaan. Hpk’er zijn is niet leuk, ook al heb je er zelf voor gekozen. Maar het alternatief zou ik nog steeds niet doen. Ik vond het leuk om mijn ervaringen publiekelijk te delen, hoewel je niet altijd beseft hoe publiekelijk het is. Soms kreeg ik opmerkingen van mensen waar ik een beetje van schrok: je beseft namelijk niet altijd dat je blog toch echt wel gelezen wordt en dat je een persoonlijk stukje van jezelf blootgeeft. Maar ik kreeg ook veel positieve en constructieve opmerkingen. Opmerkingen die je op dat moment toch net even nodig had.


En nu?…

Wil je weten hoe het met LAT Wonen gaat en wat LAT Wonen gaat doen? Blijf mij volgen op www.karatay.nl. en binnenkort op www.latwonen.nl

En toen was het een lange tijd stil. Te lang volgens sommige lezers. Niet dat ik stil gezeten heb, want ik had het best wel druk. Meer in mijn hoofd dan fysiek. Ik had al gezegd dat ik best hele leuke ideeën heb voor de stad en een uitdaging niet uit de weg ga. Maar ik wil ook weer aan de slag. Een baan vinden lukt niet, mijn idee verkopen lukt ook niet. Dus dan maar zelf gaan doen!

Tussen eten en afwas

Dus liep ik met een knoop in mijn maag rond. Ik piekerde over voor mijzelf beginnen maar niet in mijn eentje. En over een externe werkplek waar ik samen met anderen mijn ideeën kon uitwerken. Thuis in mijn eentje, tussen het eten en de afwas door, kwam ik niet echt tot inspiratie.

Hulp!
Ik ben daarom de afgelopen maanden op zoek gegaan naar zakelijke partners. Die heb ik deels zelf gevonden en deels heeft het Concern Mobiliteits-centrum (CMc) geholpen. Dankzij het CMc ben sinds kort begonnen bij Stipo. Stipo is een organisatie die mensen begeleidt naar een ander carrière, zoals het zelfstandig ondernemerschap. Deze organisatie gaat mij helpen om mijn idee uit te werken en mijn onderneming op te bouwen.

Al negen maanden op zoek…
Voor jezelf beginnen is een stressvol proces van twee stappen vooruit en een achteruit. Ik word onrustig. Mijn termijn als hpk’er is begrensd tot twee jaar. Van die twee jaar zijn inmiddels negen maanden voorbij. Zolang heb ik nooit naar een baan hoeven zoeken. Het liefste wil je zo snel mogelijk aan het werk natuurlijk. Salaris ontvangen en niet werken geeft veel stress. Maar ontslag nemen is ook geen optie zonder perspectief.

Blij met afleiding
Toen ik mij aanmeldde als vrijwillig hpk’er, wist ik dat het met mijn bouwkundige achtergrond heel moeilijk zou worden om een nieuwe baan te vinden. En heel lang heeft de vraag ‘Wat wil ik eigenlijk gaan doen?’ mij afgeleid van de zoektocht naar een baan. De oorzaak was de training Loopbaanzelfsturing die het CMc als eerste aanbood. Gelukkig maar. Want al heeft veel tijd gekost, het heeft mij wel tot nadenken aangezet om het juiste pad te kiezen.En nu?

Nu ben ik dus eindelijk op het juiste pad en ga dingen doen waar ik erg veel zin in heb. Wat precies lees je in mijn volgende blog.

Na mijn geklaag over de bureaucratie en ambtenarij van de vorige keer, lees je nu meer over de andere kant van de medaille.

Eigen schuld
Wij, als burgers, hebben deze situatie van eindeloze bureaucratie zelf gecreëerd. Ik kan mij de reacties van een paar jaar geleden op de kostenoverschrijding van de Museumparkgarage nog goed herinneren. Het publiek, maar ook collega’s, riep(en) letterlijk om bloed. Hoe kon dit gebeuren met publieksgeld? Iemand moest ervoor boeten!

Wat zit er achter de lijstjes?
Omdat we met publieksgeld te maken hebben, moet alles zo transparant en open mogelijk gebeuren. Die ambtenaar met zijn lijstje bijvoorbeeld, geloof mij maar dat er heel veel mensen aan dat lijstje gewerkt hebben. Dat lijstje is voor iedereen helder en duidelijk: als je je aan het lijstje houdt, hoef je niets uit te leggen. Voor op-maat-werk geldt het tegendeel. Bij werk-op-maat krijg je te maken met de vraag waarom de één wel en de ander niet. Voor hoeveel mensen gaan we maatwerk verzinnen? Kunnen we het uitleggen aan onze baas? Aan de politiek? Op-maat-werk vraagt weer erg veel werk om je keuzes te kunnen verantwoorden aan de belastingbetaler. En dan nog komen soms fouten aan het licht die politieke bestuurders kunnen gebruiken om elkaar uit het zadel te wippen. En IEMAND krijgt de schuld van die fouten. Dus die iemand zal zich de volgende keer keurig aan het lijstje ofwel de regels houden…

Regels
Ook moeten we andere instanties zoals de fiscus niet vergeten. Zo gauw het woord centjes valt, wrijft de fiscus in haar handen. Die kijkt over je rug mee. Maar ook Europa bemoeit zich er mee. Want stel dat we het bijvoorbeeld over een lening hebben, dan komen ook de Europese concurrentieregels om de hoek kijken. Want als je als overheid de één wel en de ander niet helpt, bevoordeel je misschien één van de partijen. En omdat je als overheid ergens aan meehelpt, heb je ook nog met Europese aanbestedingsregels te maken. Ook al gaat het om een lening. De standaardlijstjes zijn op dit soort punten door alle partijen goed bevonden… denken we in ieder geval. Op-maat-werk kan simpelweg niet iedereen van te voren goed vinden. Afwijken creëert dus nog meer bureaucratie…

Wat nu?
Om die redenen heeft het Concern Mobiliteitscentrum wel eens problemen gehad met op-maat-werk voor herplaatsers. En daarom moet je kiezen van het standaard menu. Maar ik geef het niet zomaar op. De aanhouder wint, is het niet? Ik heb echt ideeën waar de stad beter van wordt. Nu is het de taak om de juiste mensen daarvan te overtuigen. 😉
En daar ben ik heel hard mee bezig. Volgende keer meer.

Ik hoor her en der geluiden dat het Concern Mobiliteitscentrum (CMc) onder druk staat om sneller resultaat te leveren. Dus voeren ze druk op bij de herplaatsingskandidaten om snel te vertrekken. Zo ook bij mij.

Recht op WW
Maar dan komt de vraag: wat heeft het CMc te bieden dat voor mij zo aantrekkelijk is dat ik morgen mijn contract inlever? Ik heb nog geen vooruitzicht op een baan of inkomen. Opzeggen van mijn contract houdt ook in dat ik mijn recht op WW opgeef. We hebben Bureau Arrangementen die voor HPK-ers die willen vertrekken leuke vertrekregelingen heeft. Maar de aantrekkelijkste regeling zou in mijn geval zijn om mijn salaris af te kopen met een extra bonus. Ik neem dan zelf ontslag en verlies ook mijn recht op WW. Gezien de arbeidsmarkt nu en mijn successen bij vinden van een baan, is dit voor mij totaal niet aantrekkelijk.

Out of the box?
Dus welke middelen heeft Bureau Arrangementen dan wél om mensen zoals ik te motiveren sneller te vertrekken? Ik heb met ze gesproken. Nou, wat ik bij deze afdeling heb meegemaakt is precies waarom ik geen ambtenaar meer wil zijn. Ik had namelijk een voorstel voor bureau Arrangementen dat de gemeente uiteindelijk minder geld zou kosten dan het voorstel dat ze standaard aanbieden. En mijn voorstel zou mij wellicht verder zou helpen dan het standaardvoorstel. Maar de typische ambtenaar kijkt op zijn lijstje en zegt nee. Want mijn voorstel staat niet op de lijst van mogelijkheden dus kan het niet. Meedenken, out of te box denken, mensen die het voor je gaan proberen of toch proberen iets te creëren? Ho maar! Dus het gesprek was kort, vruchteloos en frustrerend voor mij.

Ik zoek het wel hogerop!
Om die reden heb ik een afspraak gemaakt bij de directeur van het programma Van Werk Naar Werk, waar het CMc en dus ook Bureau Arrangementen, onder valt. Gewoon, om te vertellen dat we zo niet verder komen. Zij kwam met een ander verhaal. Een verhaal waardoor ik toch wat begrip kon opbrengen voor Bureau Arrangementen. Maar het gesprek hielp mij ook verder. Ik ging haar ‘effe de les lezen’, maar zij pept mij op, motiveert me, geeft waardevolle tips en trucs. En ze geeft ook meteen een kijkje in de keuken. Fantastisch, toch?

Dan de keerzijde van het verhaal
Omdat bovenstaand verhaal waarschijnlijk voor velen zo herkenbaar is, ga ik de volgende keer de keerzijde van het verhaal vertellen. Want er zitten altijd twee kanten aan een medaille .

De laatste keer had ik het over zaken doen in Istanbul. Helaas is daar niets concreets uitgekomen.

1:50
Ook de eventuele interimopdracht in Nederland is helemaal stil gevallen. Bij acquisities geldt de gulden regel 1:50. Je mag blij zijn als 1 van de 50 acquisities tot een opdracht leidt. Dat is dus 50 keer trekken, bellen, contact onderhouden enzovoorts. En garanties heb je niet. Dit is dus de reden waarom ik mij niet zomaar in het ondernemerschap wil storten.

Wanneer begin je?
Intussen begint het concern mobiliteitscentrum (CMc) zich ook te roeren. Want daar willen ze het liefst dat ik zo snel mogelijk zicht krijg op ander werk. Buiten de gemeente natuurlijk. Dus zo gauw het woord ondernemerschap valt, komt de vraag: wanneer begin je? Met andere woorden: wanneer neem je ontslag?

Angst
Op zich wel begrijpelijk maar ik blijf voorzichtig. Want leuk om te zeggen dat je gaat ondernemen maar op basis waarvan? Wat ga je doen, wat ga je verkopen? Ga je ondernemen of ga je het ZZP-schap in? Zzp’er worden is in augustus voor mij gaan leven. Door dat gesprek over een eventuele interimopdracht bij een woningcorporatie. Maar daar hoor ik dus niets meer van, ook niet na twee mails en drie telefoontjes. En ondernemen doe je niet van de ene op de andere dag. Ik heb er geen twijfel over dat ik het kan. Maar ik moet eerst weten wat ik ga doen en ik moet er ook geld mee verdienen. Daar zit mijn grote angst.

Werk moet energie geven
Omdat dit nog teveel vragen voor mij zijn, blijft mijn focus toch op het vinden van een vaste baan. Het opbouwen van een onderneming doe ik er gewoon bij. Stel dat ik ergens op stuit, en het is leuk om te doen én brengt geld in het laatje, dan kan ik altijd nog kiezen. Maar voor een baan kiezen puur voor het geld om er dingen naast te doen waar ik energie van krijg? Nee, dat is voor mij geen keuze. Anders had ik mijn baan niet opgezegd. Want naast een baan en een gezin met twee kinderen blijft er weinig tijd over voor leuke dingen. Ik heb bewust gekozen om mijn baan op te zeggen omdat ik energie wil krijgen uit mijn werk! Want naast slapen ben je een overgroot deel van de dag op je werk. En ik wil niet met veel tegenzin naar mijn werk gaan.

Ervaringen met Cmc
Maar CMc dus…. Ik krijg vragen van andere HPK’ers over mijn ervaringen met het concern mobiliteitscentrum. Daar kan ik heel wat over schrijven. De volgende keer dan maar.

Ik heb dus een paar dagen bij een bedrijf in de keuken mogen rondkijken. Voor een snuffelstage. Aanvankelijk was ik daar wat sceptisch over. Wat kun je nou opsteken van een paar dagen op een vreemd kantoor rondlopen.

Mijn ding!
Nou heel wat dus… Ik heb op kantoor rondgelopen en met mensen gesproken. Ideeën gespuid (waar ze zelf allang mee bezig zijn, natuurlijk) en ben meegegaan naar een externe presentatie, enzovoorts, enzovoorts. Waar ik achter gekomen ben, is dat ik niet langer uren achter elkaar op kantoor achter een pc wil zitten. De trefwoorden uit de afgelopen periode zijn:
• Doener, geen denker
• Sprinter, geen marathonloper,
• Prater, geen luisteraar
• Leider, geen volger
• IK WIL MIJN DING DOEN, zonder gezeur, zonder bemoeienis van iemand die er minder verstand van heeft dan ik.

No-go area
Maar het gaat nog verder. Door dit soort acties kom ik ook in contact met mensen die mij op ideeën brengen. En langzaam begint bij mij het besef door te dringen. Als ik echt achter mijn passie wil aangaan, moet ik toch maar eens goed naar de uitkomsten van de persoonlijkheidstesten kijken (zie blog 2). Mijn sterkste eigenschap is dus ondernemend. Ik wil eropuit, ik wil dingen bedenken, opzetten, overdragen en doorgaan. Ik wil anderen vertellen hoe ze het moeten doen. Dus wat ik aanvankelijk als een no-go area had beschouwd, blijft maar voor mijn ogen opdoemen: ondernemen.

Van webshop tot distributiepunt
Gezien de resultaten van netwerken en het aantal vacatures voor personeel, is deze conclusie eigenlijk geen verrassing. Maar ik blijf heel voorzichtig. Eerst vooruitzicht op inkomen en dan pas kan ik die stap wagen. Tja, en voor inkomen moet je natuurlijk wel iets doen. Dus ben ik achter allerlei mogelijkheden aan het aanjagen. Zo ga ik een vriend helpen met het opzetten van een webshop. Niet zomaar een, maar en speciale… Daarnaast ben ik met een zakelijk partner aan het kijken of we iets van de grond kunnen krijgen op het gebied van drijvend bouwen. Tot slot heb ik contacten in Istanbul voor het opzetten van een distributiepunt voor een product voor drijvend bouwen. Ik blaas niet hoog van de toren, dit zijn voor mijn nog steeds verkenningen. Eens bekijken of ik via deze weg mijn brood kan verdienen.

No no-go-area
Verkenning of niet: inmiddels zit ik dit blog wel in Istanbul te schrijven, bij 26 graden achter een cappuccino, in een gezellig café. Zo meteen heb ik een gesprek met de directeur van dat bedrijf die een distributiepunt zoekt in Nederland. Na terugkomst in Nederland heb ik een gesprek met bureau Arrangementen van het Concern Mobiliteitscentrum. Over de mogelijkheden van zzp-schap. Dat hoofdstuk sloeg ik steeds over, want dat was dus een no-go area… Maar verdikkeme, ik begin dit echt leuk te vinden! Istanbul is een geweldig stad om zaken te doen als je lekkerlijk en figuurlijk de taal spreekt. En geweldig om er te zijn als je weet waar je moet zijn ;). Meer daarover in mijn volgende blog!

 

Sinds ik herplaatsingskandidaat ben, wordt alles uit de kast gehaald om mij zo snel mogelijk aan werk te helpen. Allerlei opleidingen, begeleiding, coaching. Zelfs een modestylist zit in het pakket. Want je moet echt goed voor de dag komen om nog een baan te kunnen scoren.

Omgekeerde wereld
De markt is namelijk verzadigd, de werkloosheid is relatief hoog en aanbod van werkzoekenden dus ook. Een paar jaar geleden liepen sollicitanten weg als ze niet goed ontvangen werden bij een sollicitatiegesprek. Nu is de wereld omgedraaid. Het zijn de vacaturehouders die nu maar wat aanrotzooien.

PMO?
Ik kom, moet ik eerlijk toegeven, niet veel vacatures tegen op mijn vakgebied. Welgeteld twee in de afgelopen maanden. Ik moet het dus van netwerken hebben. En ik kijk veel breder. Zo breed dat ik soms niet weet waar de vacature over gaat. Op LinkedIn staat bijvoorbeeld een vacature voor een Project Management Officer (PMO) bij, blijkt pas na googlen, een autodealer. Nu is die titel PMO nieuw voor mij. Weer even googlen levert op dat een Project Manager Officer bij de gemeente Rotterdam projectsecretaris wordt genoemd. Wat is dit voor werk? Ik hoop wijzer te worden uit de vacaturetekst.

Gewichtige woorden
Bij het bestuderen van de vacature kom ik erg vaak het woord project tegen. Maar het is mij een raadsel om wat voor projecten het gaat. Ga je auto’s ontwikkelen of verkooptrajecten opzetten? Verder wordt her en der met Engelse termen gestrooid. Wat dat staat natuurlijk heel gewichtig. Zoals ‘opstellen van Project Charters’ of ‘rapporteren aan business eigenaren’. Wat zijn business eigenaren? Over welke business hebben we het? Zitten die business eigenaren in de organisatie of zijn dit externe businesses? Nog steeds is niet duidelijk wat ze onder projecten verstaan.

Collegiaal aanbod
Maar het kan nog zouter. Zo kwam ik een vacature tegen waarbij onder het kopje ‘Wat wij bieden’ stond: ‘leuke, aardige collega’s’. Goh. Stel dat je de baan krijgt, dan zou je voor de grap in je arbeidscontract moeten laten zetten: ‘Contract wordt ontbonden indien blijkt dat de collega’s niet leuk en aardig zijn. Tegen betaling van een boete aan de werknemer.’ Laat de werkgever maar eens bewijzen dat je nieuwe collega’s aardig zijn.

Dealtje?
Ik krijg de kriebels als ik dit soort vacatureteksten lees. Maar aan de andere kant… als ze niet eens een behoorlijk vacaturetekst en functieomschrijving kunnen opzetten? Dan zullen ze dus goede hulp in de organisatie zeer waarderen. Niet geschoten is altijd mis. Even een sollicitatie de deur uitsturen. Niet naar de leuke collega’s, maar naar de autodealer. Want wie weet hebben ze daar een leuke personeelskorting :-).

Nou dit wordt dus niet mijn laatste blog. Dat wist ik meteen al na het sollicitatiegesprek, maar ik wilde de spanning erin houden.

Niet buiten
Het gesprek over die baan in de bouw ging op zich goed, maar al vrij snel bleek dat het werk toch teveel op kantoor zijn inhield. En te routineus was. Ik had uit de advertentie het idee opgevat dat je ook veel buiten zou zijn, op pad. Dat was maar een klein deel van het werk. Na het gesprek ging ik dus niet met een jubelend gevoel naar huis.

Warmhouden
Mijn gesprekspartner was tot dezelfde conclusie gekomen gelukkig. Hij vond mij een leuke kandidate,enthousiast en energiek, maar niet voor deze functie. Hij wilde wel in contact blijven. Dus ik heb er een waardevol netwerkcontact aan overgehouden. Nu is het dus de zaak het contact warm te houden. Daarom zal ik hem regelmatig bellen om te vragen hoe het ermee staat. Zo kent hij mij na een tijdje nog. Want stel dat hij iets tegenkomt wat interessant kan zijn voor mij, dan wil ik wel dat hij meteen aan mij denkt.

ZZP
Maar intussen ben ik iets anders op het spoor gekomen. Vorig week had ik een gesprek met een directeur van een woningbouwcorporatie. Ik heb ervaringen binnen de corporatiewereld en wilde eens aftasten hoe het ermee stond. Het gesprek begon erg leuk. De directeur vond netwerken allemaal wel nuttig en leuk… voor mij. Hij wilde iets anders. Hij had zicht op een vrij groot project, waar hij zelf niet genoeg personeel voor had. Ik kwam voor hem als geroepen. Maar in dienst treden bij de woningstichting was niet aan de orde. Daar zijn zij te klein voor en er is geen voorzicht op continuïteit van werk. Daarnaast is de corporatiewereld heel erg in beweging. Net als bij de gemeente is hier ook sprake van een vacaturestop. Zijn voorstel was dus om mij als zelfstandige zonder personeel (ZZP) in te huren. Dat is dus lastig van actuele bloggen. Ik wil er eigenlijk alles over vertellen maar kan dat niet. Want het is allemaal nog te pril.

Bodem
Nu kwam voor mij de grootste verrassing. Waar enkele jaren geleden nog uurtarieven van €125,- gangbaar waren, zijn deze behoorlijk omlaag gegaan. Door de hoge werkloosheid maar ook door het overaanbod van ZZP’ers op de markt. Tarieven van rond de €75,- zijn nu niet zo gek meer. En dat zijn bodemtarieven. Een klein rekensommetje levert op dat je daar te weinig reserves mee opbouwt. Want als ZZP’er betaal je zelf je verzekering en je pensioen. Plus je hebt geen recht op een werkloosheidsuitkering als je zonder opdrachten zit.

Onzeker
Dit voorstel moet ik dus even goed doorpraten met mijn trajectbegeleider en wellicht ook met een financieel adviseur. Met mijn hypotheek, twee kleine kinderen en een  ZZP’er als partner durf ik niet veel risico’s te nemen. ZZP’er zijn betekent toch een onzeker inkomen en naast je gewone werk veel energie stoppen in acquireren. Als het erop aankomt ga ik het wel doen, hoor! Alles beter dan een uitkering. Maar voorlopig verkies ik een baan met een vast inkomen.